Laat me even overdrijven
Bewust.
Want soms moet je iets groter maken
om zichtbaar te krijgen
wat iedereen te klein houdt.
We zijn in organisaties soms zó bang geworden voor spanning,
dat we verschil meteen willen gladstrijken.
Alsof elk conflict gevaarlijk is.
Alsof elke scherpe stem onveilig is.
Alsof inclusie betekent dat niemand nog schuurt.
Dat klinkt volwassen.
Maar soms is het gewoon conflictvermijding
in nette kleren.
Elke organisatie heeft kerktorens
In Italië is een dorp zelden gewoon een dorp.
Het is een wereld.
Een kleur.
Een dialect.
Een recept dat uiteraard beter is
dan dat van drie kilometer verder.
Rond de campanile, de kerktoren, ontstond vroeger identiteit.
Daar hoorde je bij.
Daar werd je gezien.
Daar wist men wie je was.
En natuurlijk keek men ook naar het dorp verderop.
Niet neutraal.
Nooit neutraal.
“Hun brood is droog.”
“Hun feest is luider.”
“Hun fanfare speelt alsof ze ruzie hebben met muziek.”
Klein menselijk venijn.
Grote sociale functie.
Maar eerlijk?
In organisaties is het niet anders.
Beleid heeft een kerktoren.
Uitvoering heeft een kerktoren.
HR heeft een kerktoren.
Finance heeft een kerktoren.
Management heeft er soms zelfs twee, voor de zekerheid.
Iedereen heeft zijn taal.
Zijn trots.
Zijn gelijk.
En dat is niet het probleem.
Het probleem begint pas
als niemand het plein beheert
waar die kerktorens elkaar ontmoeten.
De organisatieversie
Je ziet het elke dag.
Beleid zegt:
“We moeten consistent zijn.”
Uitvoering zegt:
“Kom dan eens kijken hoe het echt werkt.”
HR zegt:
“We bouwen aan cultuur.”
Teamleiders zeggen:
“Mooi, maar ik heb morgen drie mensen tekort.”
Jong zegt:
“Waarom duurt alles hier zo lang?”
Oud zegt:
“Omdat we al vaker iets hebben zien crashen.”
Iedereen heeft deels gelijk.
En precies daar zit de waarde.
Want spanning is vaak geen storing.
Spanning is informatie.
Als je die spanning platdrukt,
verlies je zicht.
Maar als je ze laat ontsporen,
krijg je kampen.
De valkuil van valse harmonie
Veel organisaties noemen het alignment.
Eén verhaal.
Eén cultuur.
Iedereen mee.
Mooi.
Tot niemand nog zegt wat hij echt denkt.
Tot de meeting rustig blijft,
maar het echte gesprek aan het koffiemachine begint.
Tot mensen hun verschil inslikken
omdat “we constructief moeten blijven”.
Valse harmonie is geen inclusie.
Het is stilte met een badge.
De andere valkuil
Maar laat ons ook niet stoer doen.
Spanning is niet automatisch goed.
Sommige mensen gebruiken “eerlijkheid”
als excuus om lomp te zijn.
Sommige teams gebruiken “eigenheid”
als excuus om niet samen te werken.
Sommige afdelingen noemen het “kwaliteit bewaken”,
terwijl ze vooral hun eigen koninkrijk beschermen.
Dat is geen gezonde rivaliteit.
Dat is dorpspolitiek met Outlook-uitnodiging.
Wat regie dan betekent
Gezonde spanning ontstaat niet vanzelf.
Iemand moet het plein beheren.
Niet door iedereen stil te krijgen.
Niet door elk verschil te sussen.
Niet door nog een werkgroep “verbinding” te starten.
Maar door drie dingen te doen.
Eén: benoemen waar de spanning echt over gaat.
Niet:
“Beleid en uitvoering zitten niet op één lijn.”
Maar:
“Beleid wil voorspelbaarheid.
Uitvoering wil werkbaarheid.
Beide zijn legitiem.
Nu moeten we kiezen wat leidend is in deze fase.”
Twee: de grens bewaken.
Scherp op inhoud.
Respectvol naar mensen.
Dus ja, botsen mag.
Maar niet op waardigheid.
Niet via cynisme.
Niet via achterkamertjes.
Drie: verschil vertalen naar een betere keuze.
Niet eindeloos praten tot iedereen zich gehoord voelt.
Maar luisteren tot duidelijk wordt
welke beslissing sterker wordt
door het verschil.
Dat is regie.
Niet spanning vermijden.
Spanning productief maken.
De volwassen vorm van rivaliteit
Gezonde rivaliteit betekent niet:
“Ik win, jij verliest.”
Het betekent:
“Ik breng mijn scherpte in,
zodat het geheel beter wordt.”
Beleid mag uitvoering uitdagen op willekeur.
Uitvoering mag beleid uitdagen op realiteit.
HR mag management uitdagen op cultuur.
Management mag HR uitdagen op impact.
Jong mag oud uitdagen op snelheid.
Oud mag jong uitdagen op geheugen.
Niet om elkaar kleiner te maken.
Maar om het geheel slimmer te maken.
Wat inclusie dan echt vraagt
Inclusie betekent niet dat iedereen hetzelfde moet praten, denken of voelen.
Inclusie betekent dat verschil een plek krijgt
zonder dat mensen hun waardigheid verliezen.
Dat is moeilijker dan harmonie organiseren.
Want harmonie vraagt vaak stilte.
Inclusie vraagt vakmanschap.
Je moet spanning kunnen horen
zonder meteen te sussen.
Je moet verschil kunnen toelaten
zonder het te romantiseren.
Je moet identiteit erkennen
zonder haar heilig te verklaren.
De Mosei-les
Campanilismo is op zijn best geen bekrompen dorpsdenken.
Het is gezonde trots.
Weten waar je voor staat.
Weten welke kwaliteit je bewaakt.
Weten wat jouw bijdrage is.
Maar ook weten wanneer jouw kerktoren
onderdeel is van een groter landschap.
Daar zit volwassenheid.
Niet in jezelf kleiner maken.
Maar in je eigenheid inzetten
zonder het geheel te breken.
De echte vraag
De vraag is niet:
Hoe vermijden we spanning?
De vraag is:
Wie beheert het plein
waar spanning iets mag opleveren?
Want zonder verschil krijg je geen beweging.
Maar zonder regie krijg je kampen.
Slot
We hebben dus niet minder voorzichtigheid nodig.
We hebben beter vakmanschap nodig
in het begeleiden van spanning.
De kunst is niet
om alle kerktorens af te breken.
De kunst is
om het plein ertussen eindelijk serieus te nemen.

0 reacties