In Napels bestelt iemand twee koffies en drinkt er één.
Dat is ongeveer het hele ritueel.
Geen vioolmuziek. Geen campagnebeeld met warme handen rond een kopje. Gewoon iemand aan de bar, espresso in drie slokken, muntstukken op de toonbank.
“Uno lo prendo. Uno sospeso.”
Eén neem ik. Eén blijft hangen.
Voor iemand later.
Iemand die misschien binnenkomt zonder genoeg geld. Iemand die het niet hoeft uit te leggen. Iemand die alleen hoeft te vragen of er nog een koffie openstaat.
Dat is het mooie aan caffè sospeso: de gift is klein genoeg om niet heldhaftig te worden.
Er zit sprezzatura in.
De elegantie van iets goeds doen alsof het niets is.
Niet: kijk eens hoe solidair ik ben.
Eerder: doe er nog maar één bij.
En daarna naar buiten stappen alsof de wereld niet net een halve centimeter menselijker is geworden.
Tot zover Napels.
Dan de organisatie.
Daar wordt ook voortdurend koffie vooruitbetaald.
Alleen heet het daar zelden koffie.
Het heet:
“Stuur maar naar mij, ik kijk er wel even naar.”
“Ik pak die communicatie wel op.”
“Laat maar, ik bel hem straks zelf.”
“Geen probleem, ik schuif mijn overleg wel.”
“Ik vang haar deze week wel wat op.”
Niemand zet het op de begroting.
Dat is handig.
Vooral voor de begroting.
In organisaties bestaat een hele economie van ongetelde giften. Mensen betalen vooruit met aandacht, nuance, loyaliteit, avonduren, emotionele arbeid en het vermogen om niet zichtbaar met hun ogen te rollen wanneer iemand “even laaghangend fruit” zegt.
Dat laatste zou eigenlijk gevarengeld moeten zijn.
Maar goed.
De vraag is niet of mensen iets voor elkaar mogen doen. Natuurlijk moeten ze dat. Een organisatie zonder vrijwillige gift wordt koud. Dan doet iedereen exact zijn rol, geen centimeter meer, en noemt men dat vervolgens “heldere verantwoordelijkheden”.
Soms is dat nodig.
Vaak is het gewoon een begrafenis met functiebeschrijvingen.
Een gezonde organisatie leeft ook van dingen die niet meteen worden afgerekend.
Iemand die een nieuwe collega helpt begrijpen waar het proces officieel stopt en de werkelijkheid begint.
Iemand die na een moeilijke vergadering nog even blijft hangen omdat hij zag dat de ander niet boos was, maar geraakt.
Iemand die een zin herschrijft zodat ze niet mooier wordt, maar preciezer.
Dat is allemaal caffè sospeso.
De gift die het systeem menselijk houdt.
Maar daar zit ook de schaduw.
Want wat begint als generositeit, kan eindigen als infrastructuur.
Dan is het niet langer één koffie voor iemand later. Dan is het elke dag dezelfde persoon die de rekening op zich neemt, terwijl de rest gewend raakt aan de geur van gratis espresso.
Aan de familietafel ziet ge dat meteen.
Iemand staat altijd eerst recht. Iemand schenkt altijd bij. Iemand verandert altijd op tijd van onderwerp. Iemand voelt wanneer de kamer kantelt en legt brood op tafel vóór iemand vraagt waarom er eigenlijk een map onder het servet ligt.
Iedereen noemt dat warm.
En dat is het ook.
Tot ge ziet dat warmte soms de naam is die een systeem geeft aan iemand die zichzelf blijft opstoken.
In organisaties werkt het niet anders.
Dezelfde medewerker die altijd “even” helpt.
Dezelfde teamleider die de gaten dichtloopt.
Dezelfde adviseur die de boodschap draaglijk maakt.
Dezelfde collega die de stemming leest voordat iemand haar hoeft te voelen.
Dezelfde Beau met de yoghurt nog dicht naast haar laptop.
Men zegt dan:
“Zij is zo verbindend.”
“Hij krijgt mensen mee.”
“Op haar kunnen we altijd rekenen.”
“Hij voelt de kamer goed aan.”
Dat klinkt als waardering.
Soms is het ook een waarschuwing die zich heeft verkleed.
Want als ge altijd op iemand kunt rekenen, moet ge soms ook durven vragen waarom er zo vaak gerekend wordt.
Caffè sospeso is dus geen pleidooi tegen geven.
Dat zou armoedig zijn.
Het is een pleidooi om beter te kijken naar wat onzichtbaar betaald wordt.
Wie geeft hier iets vooruit?
Wie hoeft daardoor geen besluit te nemen?
Wanneer wordt een mooie gift een stil abonnement?
Daar begint het echte gesprek.
Niet bij de vraag of mensen genereus genoeg zijn.
Maar bij de vraag of hun generositeit nog vrij is.
Want een gift die verwacht wordt, is geen gift meer.
Dat is gewoon beleid zonder budget.
En beleid zonder budget heeft in organisaties altijd dezelfde oplossing: iemand met geweten.
Die iemand bestelt nog één koffie.
En nog één.
En nog één.
Tot iedereen zegt dat de cultuur hier zo warm is.

0 reacties