Vandaag begint in Treviso de Tiramisù World Cup — een mooi moment om iets te delen dat me al langer bezighoudt.
Er zijn weinig problemen die er na een goede tiramisù nog exact hetzelfde uitzien.
Misschien is dat overdreven. Een beetje. Maar toch.
Koffie, mascarpone, savoiardi, cacao. Geen ingewikkelde ingrediënten, maar samen ontstaat er iets waar je moeilijk slechtgezind van kunt blijven.
Dat zit eigenlijk al in de naam.
Tiramisù.
Van tirami su: trek me omhoog, til me op, maak me weer wat vrolijker.
Een dessert met een opdracht.
En misschien kunnen organisaties daar meer van leren dan we denken.
We zijn erg goed geworden in wat er niet goed gaat
Vraag in een organisatie wat beter moet en de antwoorden komen vanzelf: de samenwerking, het eigenaarschap, de communicatie, de cultuur, de uitvoering, de werkdruk, het leiderschap.
We organiseren heidagen om problemen te bespreken, projectgroepen om ze op te lossen, dashboards om ze zichtbaar te maken en actieplannen om ervoor te zorgen dat niemand vergeet dat we een probleem hebben.
Allemaal nuttig. Soms zelfs noodzakelijk.
Maar ergens onderweg kan iets vreemds gebeuren.
Een organisatie die voortdurend bezig is zichzelf te verbeteren, kan langzaam het gevoel krijgen dat ze voortdurend tekortschiet.
Iedere analyse begint bij een gat. Iedere verandering bij iets dat niet goed genoeg is. Iedere vergadering bij wat nog moet gebeuren.
En vervolgens vragen we ons af waarom de energie verdwijnt.
Positiviteit is niet hetzelfde als alles positief vinden
Daar zit voor mij een belangrijk verschil.
Positiviteit in organisaties betekent niet dat je met een grote glimlach zegt dat we vooral naar de zonnige kant moeten kijken terwijl de boel ondertussen in brand staat.
Dat is geen positiviteit.
Dat is cacao over een slechte tiramisù strooien en hopen dat niemand het merkt.
Echte positiviteit vraagt juist dat je durft te zien wat er misgaat, zonder blind te worden voor wat er nog aanwezig is om iets te veranderen.
In bijna iedere organisatie zijn er mensen die ondanks frustratie blijven proberen. Teams die oplossingen vinden waar geen procedure in voorziet. Collega’s die anderen meenemen zonder dat het in hun functiebeschrijving staat. Kleine successen die nauwelijks worden opgemerkt omdat we alweer bezig zijn met het volgende probleem.
Dat zijn geen zachte bijzaken.
Daar zit de energie waarmee verandering überhaupt mogelijk wordt.
Bitter en zoet horen bij elkaar
Tiramisù werkt niet omdat ieder ingrediënt afzonderlijk zo geweldig is.
Mascarpone alleen is behoorlijk machtig. Espresso alleen behoorlijk bitter. En van een lepel cacao wordt ook niemand spontaan gelukkig.
Het werkt omdat verschillende smaken elkaar nodig hebben.
Organisaties zijn niet anders.
Je hebt de realist nodig die zegt: dit werkt niet.
Maar ook degene die daarna vraagt: wat kunnen we dan wel proberen?
Je hebt mensen nodig die risico’s zien én mensen die mogelijkheden zien. Mensen die vertragen en mensen die roepen: Andiamo.
Het probleem ontstaat wanneer één smaak alles overneemt.
Een organisatie die alleen optimistisch is, wordt naïef.
Een organisatie die alleen kritisch is, wordt cynisch.
En cynisme heeft een bijzonder aantrekkelijke eigenschap: het klinkt vaak ontzettend intelligent.
Wie vooraf al weet waarom iets niet kan, hoeft achteraf zelden uit te leggen waarom hij niets geprobeerd heeft.
Wat kunnen we optillen?
Misschien moeten we daarom naast de klassieke vraag wat gaat er mis? vaker een tweede vraag stellen:
Wat kunnen we hier optillen?
Een idee.
Een collega.
Een team.
Een beetje vertrouwen.
De energie om nog één poging te doen.
Dat levert een ander gesprek op.
Dan gaat het niet alleen over tekortkomingen, maar ook over wat mensen al laten zien. Over leiderschap dat vertrouwen geeft. Over een team dat na maanden iets voor elkaar krijgt. Over iemand die verantwoordelijkheid neemt zonder eerst te vragen van wie het eigenlijk is. Over humor die op een gespannen moment voorkomt dat iedereen zichzelf te serieus neemt.
Niet alles daarvan past netjes in een KPI.
Maar organisaties worden ook niet alleen gebouwd met processen, structuren en besluiten.
Ze draaien uiteindelijk op mensen.
En mensen bewegen makkelijker wanneer ze ervaren dat hun beweging ergens toe kan leiden.
Tirami su
Misschien is dat uiteindelijk de interessantste les van tiramisù.
Niet dat alles zoeter moet.
Niet dat we problemen moeten relativeren.
En zeker niet dat kritisch denken moet verdwijnen.
Maar wel dat bitter en zoet naast elkaar mogen bestaan.
Dat we de werkelijkheid serieus kunnen nemen zonder haar zwaarder te maken dan ze al is. Dat we resultaat kunnen eisen zonder voortdurend vanuit tekort te redeneren. Dat we kritisch kunnen zijn zonder van cynisme een identiteit te maken.
Want soms heeft een organisatie geen nieuw veranderprogramma nodig.
Soms moet ze opnieuw zien wat er al aanwezig is om verder te komen.
De mensen die nog willen.
De ideeën die nog leven.
De kleine beweging die al begonnen is.
Tirami su.
Til het op.
Niet om weg te kijken van wat moeilijk is.
Maar om weer voldoende energie te hebben om er iets aan te veranderen.
De Tiramisù World Cup loopt van 9 tot 11 oktober 2026 in Treviso.

0 reacties