De meeting liep goed.
Duidelijke slides.
Strakke redenering.
Besluit genomen.
“Akkoord?”
Iedereen knikt.
Beslist.
Het echte gesprek
En dan begint het echte gesprek.
Aan het koffiemachine.
“Dit gaat nooit werken.”
“Ze hebben iets gemist.”
“We lossen dit straks wel op onze manier op.”
De beste strategie van de organisatie… wordt zelden in de meeting gemaakt.
De misinterpretatie
Je denkt dat je weerstand hebt.
Maar dat is niet waar.
Je hebt mensen die het al zagen… en het alleen nog tegen het koffieapparaat durven zeggen.
De umarell
In Bologna noemen ze hem de umarell.
De man op de werf die niets uitvoert, maar als eerste ziet wat er fout gaat.
Niet omdat hij negatief is.
Maar omdat hij kijkt.
In jouw organisatie
In jouw organisatie zit hij ook.
Alleen noem je hem anders.
Lastig.
Altijd iets op aan te merken.
“Daar heb je hem weer.”
Dus hoor je hem minder.
Of niet meer.
Het patroon
En toch gebeurt het elke keer.
Je beslist.
Je implementeert.
En weken later:
“Ja… maar zo werkt het hier niet.”
Niet omdat mensen tegen zijn.
Maar omdat je te laat hebt geluisterd.
De onderstroom
De stem die je het liefst negeert… bevat meestal precies wat je nodig hebt.
Niet de meerderheid.
Maar die ene zin die net niet werd afgemaakt.
Zonder buzzwoorden
Als iedereen het eens is in de meeting… moet je je zorgen maken.
De realiteit
Je probleem is niet dat mensen niets zeggen.
Het probleem is dat ze het niet tegen jou zeggen.
De opportuniteit
Sterke organisaties doen iets anders.
Ze verplaatsen het gesprek.
Van het koffiemachine… naar de tafel waar beslist wordt.
De vraag
Wie staat er vandaag bij jouw koffiemachine meer waarheid te vertellen dan in je meeting?
En waarom zit die persoon daar… en niet aan tafel?
Want als je pas weerstand hoort na je beslissing… ben je te laat.
Naar wie luister je vandaag nog niet…
terwijl die het al lang ziet?

0 reacties