Mosei Officina | Samenwerken en Governance | Werken en Participatie

Wie naar de Giro d’Italia kijkt, weet één ding vrij snel.

De sterkste renner is niet altijd degene die het hardst rijdt.

Soms rijdt hij mee.

Soms spaart hij krachten.

Soms laat hij anderen het werk doen.

Soms verliest hij bewust een paar seconden omdat er morgen een berg wacht waar het er écht toe doet.

En soms rijdt iemand kilometerslang op kop, ziet er indrukwekkend uit, krijgt alle aandacht van de camera’s — en speelt uiteindelijk geen enkele rol in het klassement.

Dat is koers.

Niet iedere inspanning heeft dezelfde waarde.

Niet iedere versnelling is vooruitgang.

En niet iedere etappe moet gewonnen worden.

Dat principe zouden we in het sociaal domein misschien wat vaker mogen onthouden.

## We houden van beweging

In arbeidsmarktbeleid, re-integratie en participatie houden we van beweging.

Mensen spreken.

Trajecten starten.

Plaatsingen realiseren.

Uitstroom verhogen.

Wachttijden verkorten.

Doorlooptijden terugbrengen.

Het zijn logische ambities. Niemand zal pleiten voor langere wachtrijen, meer bureaucratie of trajecten die nergens toe leiden.

Dus proberen we processen efficiënter te maken.

Terecht.

Maar ergens zit daar een risico.

Want hoe beter we worden in het organiseren van beweging, hoe belangrijker de vraag wordt:

**bewegen we eigenlijk wel in de goede richting?**

## Efficiëntie en effectiviteit zijn niet hetzelfde

Efficiëntie gaat over hoe goed je iets uitvoert.

Effectiviteit over de vraag of je überhaupt het juiste doet.

Dat lijkt een theoretisch onderscheid, maar in de praktijk is het behoorlijk concreet.

Je kunt heel efficiënt honderd mensen spreken.

Maar als het gesprek niets verandert, was het vooral een goed georganiseerd gesprek.

Je kunt heel efficiënt iemand plaatsen.

Maar als die persoon drie maanden later opnieuw uitvalt omdat vervoer, belastbaarheid, schulden of werkgeversfit niet kloppen, was de plaatsing misschien minder succesvol dan het systeem aanvankelijk liet zien.

Je kunt uitstekend worden in uitstroom realiseren.

Maar als je niet weet waar iemand zes maanden later staat, weet je nog steeds niet of je werkelijk iets hebt opgelost.

Efficiëntie zonder effectiviteit is uiteindelijk vooral:

**sneller de verkeerde berg oprijden.**

## Het dagklassement is verleidelijk

Dat is misschien wel waarom systemen zo graag op aantallen sturen.

Aantallen zijn zichtbaar.

Tien plaatsingen.

Vijftig trajecten.

Honderd gesprekken.

Twintig procent minder wachttijd.

Je kunt ze tellen, vergelijken en presenteren.

Ze passen in een dashboard.

Een volgende maximaal haalbare stap is lastiger.

Want wat betekent vooruitgang voor iemand die vandaag nog niet klaar is voor betaald werk?

Misschien is werk inderdaad de volgende stap.

Maar misschien is dat eerst ritme opbouwen.

Vervoer regelen.

Een opleiding starten.

Leren omgaan met een arbeidsritme.

Maatschappelijk actief worden.

Een werkgever vinden die bereid is het werk anders te organiseren.

Of simpelweg voorkomen dat iemand opnieuw uitvalt.

Dat ziet er op het scorebord misschien minder spectaculair uit.

Maar het kan strategisch precies de juiste etappe zijn.

## Niet iedereen rijdt voor dezelfde trui

Ook dat maakt de Giro interessant.

Niet iedere renner rijdt met hetzelfde doel.

De één rijdt voor het algemeen klassement.

Een ander voor een etappe.

Een ander helpt zijn kopman.

Weer iemand anders probeert simpelweg de bergen te overleven om morgen opnieuw te kunnen starten.

Allemaal rijden ze dezelfde ronde.

Maar hun opdracht is verschillend.

En misschien verwachten we in het sociaal domein soms te gemakkelijk dat iedereen voor dezelfde trui rijdt.

Betaald werk.

Zo snel mogelijk.

Voor zoveel mogelijk uren.

Als dat haalbaar is, uitstekend.

Maar zodra dat uitgangspunt een automatisme wordt, dreigen we het doel met de route te verwarren.

Want voor sommige mensen is betaald werk de volgende logische stap.

Voor anderen is het de stap daarna.

Of die daarna.

Dan is de opdracht niet om de eindstreep naar voren te trekken.

Dan is de opdracht om te bepalen:

**wat is vanaf hier de maximaal haalbare volgende stap?**

Niet de makkelijkste stap.

Niet de comfortabelste.

Maar de stap die voldoende ambitieus én voldoende realistisch is om werkelijk beweging te veroorzaken.

## Soms moet je juist níét versnellen

Dat vraagt iets van professionals.

Want vertragen kan er aan de buitenkant uitzien als weinig ambitie.

Een traject langer laten duren.

Eerst investeren in ontwikkeling.

Een werkgever nog niet als eindstation zien.

Iemand nog niet direct plaatsen.

Op papier kan dat minder efficiënt lijken.

Maar in een grote ronde weet iedere ploegleider dat voortdurend maximaal rijden uiteindelijk averechts werkt.

Je gebruikt energie waar ze weinig oplevert.

Je brandt renners op.

Je wint vandaag misschien twintig seconden en verliest morgen vijf minuten.

Ook in organisaties geldt dat meer inspanning niet automatisch meer resultaat betekent.

Vanaf een bepaald moment kan extra controle eigenaarschap verkleinen.

Extra afstemming besluitvorming vertragen.

Extra interventies iemand afhankelijker maken van het systeem dat hem juist zelfstandig wilde krijgen.

De vraag is dus niet alleen:

**kunnen we meer doen?**

Maar ook:

**levert meer hier nog iets op?**

## Daar begint professioneel oordeel

Een goed systeem kan veel standaardiseren.

Dat moet ook.

Niet iedere professional hoeft iedere dag opnieuw het wiel uit te vinden.

Maar een systeem kan nooit volledig vooraf bepalen welke etappe iemand vandaag moet rijden.

Daarvoor heb je professioneel oordeel nodig.

Iemand die niet alleen kijkt naar waar iemand uiteindelijk moet komen, maar ook naar waar iemand nu staat.

Naar wat haalbaar is.

Naar wat schuurt.

Naar wat er eerst moet gebeuren.

En vooral naar de vraag of een interventie werkelijk iets toevoegt.

Dat is misschien minder comfortabel dan een vaste route.

Want professioneel oordeel betekent ook verantwoordelijkheid nemen.

Je moet kunnen uitleggen waarom je bij persoon A versnelt en bij persoon B juist niet.

Waarom je bij de één op werk inzet en bij de ander eerst op ontwikkeling.

Waarom een traject wordt verlengd.

Of juist gestopt.

Maar precies daar zit het verschil tussen uitvoeren en regie voeren.

## Het algemeen klassement

Misschien moeten we daarom in het sociaal domein minder obsessief naar iedere afzonderlijke etappe kijken.

Niet alleen:

hoeveel mensen hebben we gesproken?

Maar:

wat heeft het gesprek veranderd?

Niet alleen:

hoeveel mensen zijn geplaatst?

Maar:

hoeveel mensen konden daar ook blijven?

Niet alleen:

hoeveel mensen zijn uitgestroomd?

Maar:

wat is er structureel veranderd in hun positie?

Niet alleen:

hoe snel hebben we gehandeld?

Maar:

hebben we op het juiste moment het juiste gedaan?

Dat betekent niet dat efficiëntie minder belangrijk wordt.

Integendeel.

Verspilling blijft verspilling.

Onnodige wachttijden blijven onnodig.

Een proces dat eenvoudiger kan, moet eenvoudiger.

Maar efficiëntie is geen einddoel.

Het is een voorwaarde om effectiever te kunnen zijn.

## Andiamo

Een grote ronde win je niet door drie weken lang iedere kilometer maximaal te rijden.

Je wint door te weten wanneer je moet volgen.

Wanneer je moet wachten.

Wanneer je moet aanvallen.

En vooral:

waarvoor je eigenlijk rijdt.

Misschien geldt dat ook voor re-integratie, arbeidsmarktbeleid en participatie.

Niet iedere stap hoeft maximaal te zijn.

Maar iedere stap moet wel ergens naartoe leiden.

Want uiteindelijk telt niet hoeveel beweging we hebben georganiseerd.

Het telt of iemand dichter is gekomen bij een positie die sterker is dan gisteren.

En soms betekent vooruitgang dat iemand versnelt.

Soms dat iemand even in het wiel blijft.

En soms is de grootste winst dat iemand morgen nog steeds in koers is.

0 reacties